kweekresultaten met de Braziliaanse witborstral

Boeiende belevenissen met de Braziliaanse witborstral.

Toen ik mij geruime tijd had beziggehouden met kleine tropen, ging mijn gedachte uit in de richting van Vruchten- en Insecten¬etende vogels en al snel werden er Japanse nachtegalen, Brilvogels en Mandarijnspreeuwen aangeschaft. Met de twee eerst genoemde soorten werden al spoedig kweekresultaten behaald.

Mede hierdoor en vooral ook doordat ik die tijd de cursus in insecteneters volgde, werd het enthousiasme voor deze zachtvoeretende soorten steeds groter. Iedere keer na afloop van zo’n cursusdag werd op de terugreis van Maarn richting Lutjebroek gestopt bij enkele vogelimporteurs (dat was gewoon een van de leuke dingen die bij zo’n dagje vogels bespreken hoorde).

Tijdens zo’n bezoek viel mijn oog op die kleine vlugge steltlopertjes: Braziliaanse witborstrallen. Dit was nu net hetgeen er thuis nog bij kon, dus richting huiswaarts met weer een andere soort voor de collectie
.
Het was een prachtig gezicht deze kleine rallen in m’n binnenvolière en vooral in en rond het vijvertje vermaakten zij zich best. Of ik een stel had was de vraag nog, want veel verschil was er niet te zien en een echte duidelijke omschrijving was niet te vinden.
Veelal als je een bepaalde soort geruime tijd in je bezit hebt, leer je ze pas kennen en wordt het seksen ook eenvoudiger, m.a.w. men kan nog zoveel lectuur aanschaffen, maar in de praktijk doe je pas de ervaring op.

Na enkele maanden vond ik een van de vogels dood (oorzaak onbekend). De andere bleef het goed doen, maar als enkeling in de volière, dat was toch eigenlijk niets. Wij behoren er tenslotte alles aan te doen om onze volièrevogels tot voortplanten te bewegen. Toen ik in november 1986 in Krommenie een keuring moest verrichten en na afloop nog even door de zaal wandelde, liep daar in de ingerichte volière een enkel ralletje. De eigenaar werd gepolst en voor een zeer sportief prijsje kwam het beestje in mijn bezit.
Na een gezellige dag vogeltjes keuren en weer een nieuwe aanwinst rijker, ga je dan echt voldaan richting huiswaarts, waarna het eerste loopje, natuurlijk U raadt het al, naar de vo1iere is.

Het klikte meteen tussen beide vogels en er was een duidelijk verschil te zien. De nieuwkomer was iets kleiner en de lichaamskleur en tekening was helderder, maar wat vooral opviel, was dat de pootkleur veel roder was als van de ral die reeds enkele jaren in mijn bezit was.
ledere avond kropen ze samen in een berkenblok van 35 x 25 cm en als de deur van de vo1ière werd geopend, kwamen de kleine kopjes nieuwsgierig uit het blok, een prachtig gezicht. Deze overnachtingsplaats bevond zich zo’n 2 meter boven de grond, maar dat is voor deze klauteraars totaal geen probleem.
Op 3 januari miste ik een ral (het vrouwtje). Deze bleek in het blok te zitten, wat voorzien was van riet en bladeren, waarop zich reeds een ei bevond.
Op 5 januari was het tweede ei aanwezig en na enkele dagen bleek dit legsel bevrucht te zijn en pas toen stond het vast dat het een koppel was.
Dinsdagmorgen 27 januari hield ik weer nestcontrole (dit doe ik overigens meestal alleen als de vogels ongedwongen hun nest verlaten). Het bleek dat 1 ei reeds was aangepikt en er was een helder gepiep waar te nemen. De dag daarop nog geen jonge ral, maar het andere ei was ook aangepikt. Toen ‘s avonds besloten werd om nog eermaal te kijken, viel het op dat beide oudervogels in het blok waren en met tegenzin werd mij een blik gegund in hun kraamkamer.
1k was in het bezit gekomen van twee jonge witborstrallen, kleine donkere donzige bolletjes, met natuurlijk direct al vrij lange pootjes, een fascinerend gezicht; uiteraard je bent er dan nog lang niet want de weg is lang van ei tot volwassen vogel en dat bleek ook wel.

Zoals bekend zijn rallen net zoals kwartels, nestvlieders, ze verlaten dus na enkele uren reeds het nest om samen met de ouders voedsel op te scharrelen. In dit geval gebeurde dat helaas niet, de jongen bleven waar ze waren en het werd een trieste afloop, want toen ze op de grond werden gezet konden ze al spoedig opgeraapt worden; de natuur heeft zo ook z’n regels.
Het tweede legsel, wat overigens maar uit een ei bestond, verliep ook zo, maar met het derde legsel ging het beter.

29 april had ik twee jonge rallen lopen, waarvan er een spoedig spoorloos verdwenen was: de dader werd gezocht richting mandarijnspreeuwen, maar zeker was dat niet. Na zo’n 9 dagen werd het jong geringd (4,5 mm) en alles verliep voorspoedig.

Het voer wat de ouders het jong aanboden, bestond uit enkele gekiemde zaden, een mengsel ei-universeelvoer en wat witbrood. De verstrekte meelwormen, wat het belangrijkste voedsel is, gaf even problemen, omdat de nachtegalen, kroonvinken en spreeuwen er als de kippen bij waren voordat de rallen ze konden bemachtigen. Maar hiervoor was een simpele oplossing: de eiwitrijke wormen werden in het vijvertje gegooid en werden zo alleen door de oeverlopertjes opgepikt, die overigens toch al het voedsel eerst door het water haalden voor ze het hun jong aanboden.
s Avonds klauteren de rallen tezamen naar boven en hebben een vaste plaats gevonden in een afgedankt nest van de tropen, hetgeen ze wat ruimer gemaakt hebben door de bovenzijde er af te slopen, het is dan een grappig gezicht, de ouders met het jong tussen hen in.

Kweken met Braziliaanse witborstrallen is geen primeur, maar blijft zeker een boeiende belevenis.


Piet Buijsman

Reacties (2)add
Schrijf reactie

busy