Toch nog goed: Mozambiquesijsjes

Ik kan het niet laten om over het volgende toch een stukje te schrijven:

Mijn volière staat inmiddels al weer een paar jaar in zijn huidige vorm en ik ben er eerlijk gezegd best wel erg tevreden mee. Er zit van alles in, ondermeer wat mozambiquesijsjes. Twee vrouwtjes en een mannetje. Dit mannetje heeft dus reden genoeg om heel veel en luidruchtig te fluiten. Af en toe vraag je jezelf af hoe het mogelijk is dat zo’n klein vogeltje zoveel geluid kan maken.

Mijn volière heeft een houten geraamte wat ik op een aantal betonbanden heb vastgezet. Dit zodat de boel niet gaat rotten in de grond. Echter, één betonnen randje mistte een heel klein hakkeltje. Dit kon geen last, dat wist ik zeker. Het gaatje was zo klein dat geen enkele vogel hier tussen kon komen.

Dat dacht ik dus!

Op een dag werd ik op mijn werk opgebeld dat er een geel vogeltje aan de buitenkant van de volière vloog en dat deze behoorlijk contact had met een soortgenoot aan de binnenzijde. Eerst dacht ik nog met een ontsnapt exemplaar te maken te hebben van een collega-hobbyist, er zijn immers meer liefhebbers met deze vogels. Thuis aangekomen (het was ze thuis niet gelukt het beestje te vangen) had ik direct door dat het mijn eigen mozambiquesijsje was. Het was een vrouwtje en ze bleef maar tegen het gaas aan vliegen, omdat het mannetje haar steeds bleef roepen. Ik baalde behoorlijk, want het was duidelijk dat deze twee vogels echt een klik met elkaar hadden.

Na een paar onhandige pogingen met een netje besloot ik een kistkooi te verbouwen tot vangkooi. Bovenop werden een paar krammen geslagen en het traliewerk werd met een paar tyribs aan de krammen gebonden. Gauw een plekje gezocht waar de kooi kon staan, een stokje met een touwtje eraan en via takjes en het keukenraam naar binnen geleid. ’s Avonds tijdens het eten was het vogeltje weer paraat en het spreekt voor zich dat ik de rest van de tijd voor het raam zat. Helaas gebeurde er niets en de mozambiquesijs ging er tegen het donker worden vandoor. Ik balen dus!

 

De volgende morgen zat ik bij het eerste licht (kwart voor zes) weer voor het keukenraam. Hopelijk had het vrouwtje de nacht overleefd en was ze niet in zo’n vervelende kat belandt. Het mannetje was volop aan het fluiten naar zijn vrouwtje en gelukkig kwam ze net voor ik weg moest weer tevoorschijn. Ik had een paar strengen trosgierst in de kooi gedaan, want na een dag zonder eten zou ze vast honger hebben. Gelukkig had ze dat ook en ze ging vrijwel direct naar de trosgierst toe. Een simpel rukje aan het touwtje was voldoende voor deze liefhebber om in jubelstemming te raken. Ze zat er in! Gauw met de vangkooi naar binnen toe gegaan en de vogel vervolgens in de volière gedaan. Even in de echtelijke slaapkamer vertellen dat ik ‘r had (vinden ze wel leuk om zes uur ’s morgens) en weer vlug naar het werk.

Het avontuur was echter wel ergens goed voor:
Kort nadat het vrouwtje weer terug was werd een nest gebouwd. Inmiddels zijn er twee jonkies uitgevlogen.

Reacties (4)add
Schrijf reactie

busy